Terug naar week 3

Week 3 · Context · 2 min lezen

AI heeft geen geheugen

In de basistraining zagen we dat AI geen geheugen heeft. Hier hoe je dat in 30 seconden ondervangt.

Spectrum van context-documenten, van een smalle taak-context tot een brede strategie-context, met project, product en team als tussenvormen.

AI begint elke chat met een leeg vel. Geen herinnering aan jouw organisatie, jouw team, jouw lopende project. Waar een collega impliciete verwachtingen oppakt, raadt een taalmodel naar betekenis. Dat is de Collega-vs-Taalmodel-intuïtie: de kennis die mensen vanzelfsprekend delen, moet jij voor AI expliciet maken.

De Context Formule vat samen hoe je dat doet:

Taak + Achtergrond = Optimaal Resultaat.

De taak-context is altijd je startpunt (doel, wie, wat, waarom). De achtergrond-context (organisatie, team, project) bepaalt of het antwoord generiek blijft of direct bruikbaar wordt. Hoe specifieker de input, hoe relevanter de output.

Voor terugkerend werk schrijf je dit één keer op in een context-document. Die documenten verschillen in reikwijdte: van een smalle taak-context van 150 woorden voor één werkproces, via project-context en team-context, tot een brede strategie-context voor de hele organisatie. Begin smal. Eén document over jouw kerntaak doet meer voor je outputkwaliteit dan vijf halve.

Volgende keer dat Copilot een algemeen, Amerikaans aandoend antwoord geeft: open je context-document, hang het als bijlage aan de chat, en stel je vraag opnieuw.

Lees verder op docs.copilot-academy.nl Doe nu de oefening